21 oktober 2026•9 min leestijd

AI-first (dus ik als medewerker second?)

Wat AI-first vraagt van management, HR en medewerkers, waarom niet iedereen in hetzelfde tempo meegaat en hoe je het gefaseerd invoert zonder snelheid te verliezen.

Offer van der Heijde

Lead marketing

Twee handen leggen ronde papieren kaartjes met poppetjes in het midden van een nieuw getekend organogram met violette lijnen, terwijl het oude organogram verfrommeld opzij ligt.

AI-first. We horen het steeds vaker. Maar wat betekent het nu echt voor een organisatie? En misschien nog belangrijker: wat betekent het voor de mensen die er werken?

In mijn vorige blog, Waarom AI-adoptie tijd kost, schreef ik over de uitdagingen van AI-adoptie en de cruciale rol van management. Maar wat gebeurt er als je als organisatie besluit om een stap verder te gaan? Als AI niet langer een hulpmiddel is, maar een fundamenteel onderdeel wordt van je strategie, processen en manier van werken? Dan hebben we het over AI-first. En wat mij betreft begint dat niet bij technologie, maar bij mindset.

Anders denken als vertrekpunt

Ik geloof sterk in de kracht van mindset. Niet alleen omdat je daarmee meer kunt bereiken dan je in eerste instantie voor mogelijk hield, maar vooral omdat het bepaalt vanuit welk perspectief je naar uitdagingen en kansen kijkt.

In mijn werk is de klant of doelgroep altijd het vertrekpunt, of het nu gaat om strategie, marketing, commercie of executie. Begin bij de ontvanger. Wat wil je bereiken? Welke behoefte wil je invullen? Welke waarde wil je toevoegen? Vanuit dat vertrekpunt redeneer je terug: reverse reasoning.

En juist daar ontstaat iets interessants. Processen worden anders ingericht, creativiteit krijgt meer richting en de strategie sluit beter aan op wat de klant daadwerkelijk nodig heeft. Het resultaat? Meer focus, duidelijkere keuzes, groter draagvlak en uiteindelijk een hogere output. Diezelfde manier van denken kun je toepassen op AI-first.

Niet beginnen met de vraag: wat kunnen we met AI binnen onze huidige organisatie? Maar juist: hoe zouden we onze organisatie vandaag inrichten als we opnieuw mochten beginnen, met alle mogelijkheden die AI ons biedt? Dat is een wezenlijk andere vraag, en het antwoord kan behoorlijk confronterend zijn.

AI-first vraagt om meer dan een nieuwe strategie

De eerste stap ligt bij het management. Zoals ik in mijn vorige blog al aangaf, is de betrokkenheid en het voorbeeldgedrag van leiderschap bepalend voor succesvolle AI-adoptie. Maar AI-first gaat verder. Het betekent dat je bereid moet zijn om bestaande aannames, werkwijzen en zelfs je organisatiestructuur opnieuw tegen het licht te houden.

We hebben het dan niet alleen over een nieuwe go-to-marketstrategie, herpositionering of efficiëntere processen. We hebben het over de organisatie als geheel: over mensen, cultuur, leiderschap en de manier waarop beslissingen worden genomen. Dat vraagt om een andere mindset, en die verandering is niet voor iedereen vanzelfsprekend.

Veel managers zijn succesvol geworden vanuit een bepaalde manier van denken en werken. Logisch dat ze daaraan vasthouden, alleen biedt succes uit het verleden geen garantie voor de toekomst. De afgelopen decennia hebben we voldoende voorbeelden gezien van bedrijven en merken die hun relevantie verloren omdat ze onvoldoende of te laat inspeelden op veranderingen in de markt.

Daarom vind ik dat ook boards en directies zichzelf een kritische vraag moeten durven stellen: hebben we nog de juiste samenstelling en competenties in ons managementteam om de organisatie naar de volgende fase te brengen? Dat betekent niet automatisch dat mensen vervangen moeten worden, maar wel dat verandervermogen, nieuwsgierigheid en de bereidheid om bestaande overtuigingen los te laten steeds belangrijker worden.

En wat betekent AI-first voor mij?

Misschien wel de belangrijkste vraag die binnen een organisatie gesteld zal worden. Want waar het management kansen ziet in productiviteit, innovatie en groei, kan een medewerker iets heel anders ervaren.

Blijft mijn functie bestaan? Kan ik deze ontwikkeling wel bijhouden? Wordt mijn kennis straks minder relevant? En als AI steeds meer taken overneemt, wat wordt dan mijn toegevoegde waarde?

Dat zijn terechte vragen, en die los je niet op met een training of een nieuwe AI-tool. Sterker nog, wanneer AI-first wordt gepresenteerd als een manier om vooral sneller en goedkoper te werken, kan dat juist weerstand oproepen. Daarom is communicatie zo belangrijk. Niet alleen vertellen wat AI kan betekenen voor de organisatie, maar vooral wat het betekent voor de mensen die er werken.

Mijn antwoord is nee. AI-first betekent niet dat de mens op de tweede plaats komt. Het betekent dat we opnieuw moeten bepalen waar de mens de meeste waarde toevoegt en hoe AI die waarde kan versterken. Menselijk inzicht, creativiteit, empathie, kritisch denken en leiderschap verdwijnen niet. Ze krijgen juist een andere betekenis. Maar dat vraagt wel iets van iedereen.

Niet iedereen ontwikkelt zich in hetzelfde tempo

Een van de grootste uitdagingen bij AI-first zit volgens mij in de verschillen tussen mensen. Zodra medewerkers AI daadwerkelijk integreren in hun manier van werken, kunnen de verschillen in productiviteit en output snel zichtbaar worden.

De ene collega ontdekt nieuwe mogelijkheden, past processen aan en realiseert in korte tijd resultaten die voorheen veel meer tijd kostten, terwijl een andere collega nog grotendeels op dezelfde manier werkt. En dat kan zomaar iemand zijn die in de oude situatie tot je beste medewerkers behoorde. Dat maakt deze verandering zo interessant, maar tegelijkertijd ook gevoelig.

Dat betekent niet dat ervaring minder belangrijk wordt, maar wel dat de manier waarop kennis en ervaring worden ingezet verandert. De bereidheid en het vermogen om nieuwe technologie snel te adopteren worden daarmee belangrijke competenties.

Tegelijkertijd moeten we voorkomen dat we medewerkers uitsluitend beoordelen op hun snelheid van adoptie. Niet iedereen leert op dezelfde manier of in hetzelfde tempo, en niet iedere functie biedt dezelfde mogelijkheden. Juist daarom moet een organisatie investeren in begeleiding, ontwikkeling en vertrouwen.

Van efficiëntie naar een andere manier van organiseren

Wat kan AI-first uiteindelijk opleveren? Natuurlijk denken we al snel aan tijdsbesparing, lagere kosten en hogere productiviteit. Maar wat mij betreft ligt de grootste kans ergens anders.

Als je AI alleen inzet om bestaande processen sneller uit te voeren, optimaliseer je vooral wat je al doet. De echte waarde ontstaat wanneer je die processen opnieuw gaat ontwerpen. Waarom voeren we bepaalde werkzaamheden eigenlijk nog op deze manier uit? Welke stappen voegen daadwerkelijk waarde toe voor onze klant? En wat zouden we anders doen als capaciteit en toegang tot kennis veel minder beperkend waren? Dat vraagt om creativiteit en het vermogen om bestaande patronen los te laten.

Onderzoek van McKinsey uit 2025 onderstreept dit. Het herontwerpen van workflows blijkt een van de belangrijkste factoren die samenhangen met financiële waardecreatie door generatieve AI. Niet simpelweg het beschikbaar stellen van technologie, maar het daadwerkelijk veranderen van de manier waarop organisaties werken.

En daar ligt volgens mij de grootste kans van AI-first: niet alleen meer doen met dezelfde mensen, maar vooral andere en betere dingen doen. Sneller inspelen op klantbehoeften, nieuwe proposities ontwikkelen, betere beslissingen nemen en medewerkers meer ruimte geven voor werk waarin ze daadwerkelijk waarde toevoegen.

De grootste winst van AI-first zit niet alleen in wat je sneller kunt doen, maar vooral in wat je anders kunt gaan doen.

De rol van HR wordt belangrijker dan ooit

Als AI-first zo’n grote impact heeft op de manier waarop mensen werken, dan kan HR onmogelijk aan de zijlijn blijven staan. Sterker nog, ik denk dat HR een van de belangrijkste partners van het management moet worden in deze transformatie.

Want hoe begeleid je medewerkers in een omgeving waarin functies veranderen, nieuwe competenties nodig zijn en bestaande zekerheden ter discussie komen te staan? Hoe zorg je ervoor dat medewerkers zich veilig voelen om te experimenteren, fouten te maken en nieuwe vaardigheden te ontwikkelen? En hoe voorkom je dat de verschillen tussen medewerkers groter worden?

Dat vraagt om meer dan een opleidingsprogramma. Het vraagt om een cultuur waarin leren, aanpassen en verbeteren onderdeel worden van het dagelijkse werk. Ook de manier waarop we naar performance kijken, zal veranderen. Niet alleen beoordelen op output, maar ook op aanpassingsvermogen, samenwerking, kritisch denkvermogen en de manier waarop iemand AI verantwoord weet in te zetten.

Daarbij blijft menselijk leiderschap essentieel. Juist in een omgeving waarin technologie zich razendsnel ontwikkelt, hebben medewerkers behoefte aan richting, duidelijkheid en vertrouwen.

AI-first implementeren? Geef het de tijd, maar verlies geen snelheid

Hier zit een interessante tegenstelling. Aan de ene kant ontwikkelt AI zich razendsnel en kunnen organisaties het zich nauwelijks veroorloven om jarenlang te wachten voordat ze in beweging komen. Aan de andere kant kost het veranderen van gedrag, cultuur en processen tijd. En die twee snelheden moet je zien samen te brengen.

Mijn overtuiging is dat organisaties een duidelijke richting moeten bepalen, maar de implementatie gefaseerd moeten aanpakken. Begin bij het management. Zorg dat er een gezamenlijke visie is en dat leiders zelf begrijpen en ervaren wat AI-first betekent. Vertaal die visie vervolgens naar de organisatie: betrek medewerkers, identificeer waar de grootste waarde ontstaat en ga daadwerkelijk aan de slag.

Test, leer, meet en optimaliseer. Niet als een eenmalig project, maar als een continu proces. En meet daarbij niet alleen hoeveel medewerkers AI gebruiken, maar vooral wat het oplevert voor de klant, de medewerker én de organisatie. Want adoptie is geen doel op zich. Het gaat uiteindelijk om de waarde die je ermee creëert.

Heb je tijdelijk andere competenties nodig?

Mijn antwoord is ja. Niet omdat je huidige organisatie het niet kan, maar omdat je soms kennis, ervaring en een ander perspectief nodig hebt om de verandering te versnellen. Dat kan beginnen op C-level, waar strategische keuzes gemaakt moeten worden, maar net zo goed op de werkvloer, waar processen daadwerkelijk veranderen.

Mensen die ervaring hebben met AI-transformatie kunnen helpen om de juiste vragen te stellen, bestaande denkpatronen te doorbreken en strategie naar executie te vertalen.

Daarbij geloof ik sterk in een combinatie van externe expertise en interne kennis. De mensen binnen de organisatie kennen de klanten, processen en cultuur. Externe specialisten kunnen nieuwe inzichten, ervaring en snelheid toevoegen. Het doel moet niet zijn om afhankelijk te worden van externe expertise, maar juist om de organisatie zelfstandig verder te laten ontwikkelen.

AI-first is uiteindelijk een keuze voor verandering

AI-first gaat niet over zoveel mogelijk AI gebruiken. Het gaat over de bereidheid om fundamenteel anders te denken over hoe je als organisatie waarde creëert. Dat begint bij leiderschap, vraagt om een andere mindset en raakt uiteindelijk iedereen binnen de organisatie.

De technologie zal zich blijven ontwikkelen, misschien zelfs sneller dan we ons vandaag kunnen voorstellen. Maar de vraag is niet alleen of de technologie er klaar voor is.

De vraag is vooral: zijn wij er als organisatie en als mens klaar voor om anders te gaan denken?

En misschien moeten we onszelf nog een andere vraag stellen: als we vandaag opnieuw zouden beginnen, zouden we onze organisatie dan nog op dezelfde manier inrichten?

Ik denk dat het antwoord voor veel organisaties nee zal zijn. En precies daar begint AI-first.

Wil je hier meer over weten? Neem dan contact met ons op. We doen het graag.

Minder stress. Meer resultaat.

Twin helpt organisaties met AI-gestuurde subsidieaanvragen. Ontdek hoe we jouw proces eenvoudiger en succesvoller maken.