GeslotenDEI+RVOJaarlijkse call

DEI+: Energie- en klimaatinnovaties

Test of demonstreer uw klimaatinnovatie in Nederland met DEI+.

Subsidie voor ondernemers die een innovatieve techniek binnen hun bedrijf willen testen in een pilotproject of demonstreren in een demonstratieproject.

Deadline
Gesloten
Deze regeling is niet meer open voor aanvragen.
Geverifieerd op 9 oktober 2026Bron: rvo.nl/subsidies-financiering/dei/energie-en-klimaatinnovatiesUitgevoerd door RVO

Bèta: deze subsidiedatabase is nog in opbouw. Onze redactie controleert elke regeling, maar gegevens kunnen onvolledig of verouderd zijn. Raadpleeg de officiële publicatie voordat je een aanvraag indient.

In het kort

Wat is DEI+: Energie- en klimaatinnovaties?

De DEI+ ondersteunt Nederlandse bedrijven die een innovatieve techniek voor minder CO2-uitstoot willen testen of demonstreren. Pilots tonen werking in een praktijkachtige omgeving, demonstraties bewijzen de techniek bij eerste opschaling. Themavelden lopen van energie-efficientie en hernieuwbare bronnen tot CCUS, infrastructuur en overige CO2-reducerende maatregelen.

Max per onderdeel
€ 25M – € 30M
2 onderdelen
Subsidie­percentage
15–65%
per onderdeel en activiteit
TRL-bereik
5 – 8
Ontwikkeling & demo
Doel & impact

Waarom bestaat deze regeling?

De regeling versnelt de marktintroductie van koolstofarme technologie door technische en economische risico's bij pilot- en demonstratieprojecten te dekken. Zo helpt DEI+ bedrijven om innovaties die anders niet rendabel zouden zijn alsnog naar de Nederlandse markt te brengen.

01
Pilots en demonstraties
Bedrijven kunnen technologie testen of bij eerste opschaling demonstreren in Nederland, met budget voor zowel pilot-, demonstratie- als test- en experimenteerinfrastructuurprojecten.
02
CO2-reductie binnen 10 jaar
Elk gehonoreerd project moet de CO2-uitstoot in Nederland binnen tien jaar na start aantoonbaar verlagen, gericht op de klimaatdoelen.
03
Brede thema-dekking
Van energie-efficientie en hernieuwbare bronnen tot CCUS, flexibilisering en restwarmte-infrastructuur: DEI+ dekt vrijwel het hele palet aan koolstofarme innovaties.
Kom ik in aanmerking?

Vijf voorwaarden, geen grijs gebied.

01
Pilot of demonstratie
Project past binnen een DEI+-thema en betreft een pilot- of demonstratieproject.
02
CO2-effect in NL
Aantoonbare CO2-reductie in Nederland binnen 10 jaar na projectstart.
03
Looptijd en start
Project duurt maximaal 4 jaar en start binnen 6 maanden na de subsidiebeschikking.
04
Financiering rond
Eigen aandeel in projectkosten is bij indiening voldoende onderbouwd.
05
Geen onderneming in moeilijkheden
Aanvrager voldoet aan de Algemene Groepsvrijstellingsverordening.
Technology Readiness
Level 5 – 8
1
2
3
4
5
6
7
8
9
Ontwikkeling & demonstratie
Bedrijfsgrootte
Alle groottes
Micro< 10 fte
Small< 50 fte
Medium< 250 fte
Large≥ 250 fte
Thema’s
Onderzoek, ontwikkeling en innovatieEnergie, klimaat en verduurzaming
Projectfase
DemonstratieOntwikkeling
Financieel

Wat krijg je, en hoeveel moet je zelf bijleggen?

Wat je krijgt hangt af van het onderdeel waarvoor je aanvraagt: maximaal € 25M – € 30M.

DEI+-pilotartikel 4.2.64 (DEI+-pilot), artikel 4.2.66, tweede lid
Subsidiepercentage
25–45%
Max subsidie
€ 25M
Eigen bijdrage
55–75%
Pilot (experimentele ontwikkeling) binnen thema 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6 of 2.8 van bijlage 4.2.9, door een onderneming of een samenwerkingsverband met ten minste één onderneming.
Experimentele ontwikkeling (artikel 25 AGVV): 25% tot 45% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt) Niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties: 80%.
Maximaal subsidiebedrag: artikel 4.2.66, achtste lid, onderdeel b.
DEI+-demonstratieprojectartikel 4.2.64 (DEI+-demonstratieproject), artikel 4.2.66, eerste lid
Subsidiepercentage
15–65%
Max subsidie
€ 30M
Eigen bijdrage
35–85%
Demonstratieproject binnen thema 2.1, 2.2, 2.4, 2.6 of 2.8 van bijlage 4.2.9 (thema 2.3 kent alleen pilots), door een onderneming of een samenwerkingsverband met ten minste één onderneming.
Experimentele ontwikkeling (artikel 25 AGVV): 25% tot 45% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt) Niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties: 80%.
Investering milieubescherming, kosten volgens artikel 36, vierde lid, AGVV: 40% tot 60% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt) Specifieke infrastructuur en opslag (artikel 36, vierde lid, AGVV): maximaal € 25.000.000.
Investering milieubescherming, meerkosten volgens artikel 36, elfde lid, AGVV: 20% tot 30% (+10 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +5 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Investering afvang, transport, hergebruik of opslag van CO2, kosten volgens artikel 36, vierde lid, AGVV: 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Investering afvang, transport, hergebruik of opslag van CO2, meerkosten volgens artikel 36, elfde lid, AGVV: 15% tot 25% (+10 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +5 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Energie-efficiëntie anders dan gebouwen, kosten volgens artikel 38, derde lid, AGVV: 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Energie-efficiëntie anders dan gebouwen, kosten volgens artikel 38, achtste lid, AGVV: 15% tot 25% (+10 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +5 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Productie van hernieuwbare energie of hernieuwbare waterstof (artikel 41, zesde lid, AGVV): 45% tot 65% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Overige investering in energie uit hernieuwbare bronnen of hernieuwbare waterstof (artikel 41 AGVV): 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling (artikel 46 AGVV): 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Investering circulaire economie (artikel 47 AGVV): 40% tot 60% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Maximaal subsidiebedrag: artikel 4.2.66, achtste lid, onderdeel a. Het percentage hangt af van het AGVV-artikel waaronder de investering valt.
Totaalbudget regeling
€ 134M · Totaal budget 2026 EUR 134 miljoen voor het overkoepelende thema.
Subsidieplafonds
Subsidieplafond 2026 DEI+ thema's 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6 en 2.8 · € 134MGesloten
NL · Op volgorde van binnenkomst · Minister van Klimaat en Groene Groei · BWBR0052002 artikel 1 (Regeling openstelling EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2026); BWBR0035474 artikel 4.2.67 · gecheckt 9 oktober 2026 · bron
Openstelling 2026-01-27 t/m 2026-07-30; verdeling per thema op volgorde van binnenkomst (artikel 4.2.67).
Cumulatie
Bij de cumulatietoets van artikel 6, eerste lid, van het Kaderbesluit blijven SDE-subsidies, NOW-steun, Horizon 2020-, Horizon Europa- en Innovatiefondsbijdragen en door de EU gefinancierde bijdragen van een managementautoriteit buiten beschouwing; bijdragen van gemeenten, provincies en waterschappen gelden als publieke cofinanciering (artikel 4.2.1).
Type
Directe subsidie (niet terug te betalen)
Kalender

Deadlines & cycli

Programmaperiode20 augustus 2014 – 31 december 2027
Zo werkt het

Van projectidee tot besluit.

01
Project passend maken
Toets je project aan de voorwaarden en bepaal of de regeling bij je past.
02
Aanvraag opstellen
Werk je projectplan, begroting en alle andere documenten uit volgens de richtlijnen van de subsidieregeling.
03
Indienen
Dien je complete aanvraag in binnen het openstellingsvenster.
04
Behandeling
Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld, tot het budget op is.
Op volgorde van binnenkomst
05
Besluit
Je ontvangt een beschikking met de uitkomst van je aanvraag.
Subsidiabele kosten

Waar mag het aan besteed worden?

Loonkosten
Materialen
Uitbesteding
Apparatuur
Grond
Niet subsidiabel
Gebouwen
Niet subsidiabel
Indirecte kosten
Reiskosten
Niet subsidiabel
Overige kosten
Downloads

Bestanden & formulieren

Regelingsdocumenten
Bron

Contact & bron

Uitvoerder
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Laatst geverifieerd
9 oktober 2026 door Twin-redactie
Begin je aanvraag

Start je DEI+-aanvraag
in Twin.

Twin schrijft je aanvraag mee op basis van de regeling en je eigen projectdocumenten. Jij houdt de regie over elke tekst.