DEI+-pilotartikel 4.2.64 (DEI+-pilot), artikel 4.2.66, tweede lid
Pilot (experimentele ontwikkeling) binnen thema 2.1, 2.2, 2.3, 2.4, 2.6 of 2.8 van bijlage 4.2.9, door een onderneming of een samenwerkingsverband met ten minste één onderneming.
Experimentele ontwikkeling (artikel 25 AGVV): 25% tot 45% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt) Niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties: 80%.
Maximaal subsidiebedrag: artikel 4.2.66, achtste lid, onderdeel b.
DEI+-demonstratieprojectartikel 4.2.64 (DEI+-demonstratieproject), artikel 4.2.66, eerste lid
Demonstratieproject binnen thema 2.1, 2.2, 2.4, 2.6 of 2.8 van bijlage 4.2.9 (thema 2.3 kent alleen pilots), door een onderneming of een samenwerkingsverband met ten minste één onderneming.
Experimentele ontwikkeling (artikel 25 AGVV): 25% tot 45% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt) Niet-economische activiteiten van onderzoeksorganisaties: 80%.
Investering milieubescherming, kosten volgens artikel 36, vierde lid, AGVV: 40% tot 60% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt) Specifieke infrastructuur en opslag (artikel 36, vierde lid, AGVV): maximaal € 25.000.000.
Investering milieubescherming, meerkosten volgens artikel 36, elfde lid, AGVV: 20% tot 30% (+10 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +5 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Investering afvang, transport, hergebruik of opslag van CO2, kosten volgens artikel 36, vierde lid, AGVV: 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Investering afvang, transport, hergebruik of opslag van CO2, meerkosten volgens artikel 36, elfde lid, AGVV: 15% tot 25% (+10 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +5 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Energie-efficiëntie anders dan gebouwen, kosten volgens artikel 38, derde lid, AGVV: 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Energie-efficiëntie anders dan gebouwen, kosten volgens artikel 38, achtste lid, AGVV: 15% tot 25% (+10 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +5 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Productie van hernieuwbare energie of hernieuwbare waterstof (artikel 41, zesde lid, AGVV): 45% tot 65% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Overige investering in energie uit hernieuwbare bronnen of hernieuwbare waterstof (artikel 41 AGVV): 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Energie-efficiënte stadsverwarming of -koeling (artikel 46 AGVV): 30% tot 50% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Investering circulaire economie (artikel 47 AGVV): 40% tot 60% (+20 procentpunt bij kleine onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt, +10 procentpunt bij middelgrote onderneming die de subsidiabele kosten maakt en betaalt)
Maximaal subsidiebedrag: artikel 4.2.66, achtste lid, onderdeel a. Het percentage hangt af van het AGVV-artikel waaronder de investering valt.